Energieverbruik, emissies in water en lucht

Hoe komt het dat papierfabrieken vrijwel altijd gevestigd zijn in de mooiste natuurgebieden, in de buurt van rivieren of meren? Het antwoord is heel eenvoudig: het grootste procesingrediënt bij de productie van papier is water en hoe zuiverder het water, hoe fijner de papierkwaliteit.

Papierproductie valt tegelijk onder de zware industrie en is bv. ook energie-intensief. De uitdaging bestaat er dus in om milieu en industrie met elkaar te verzoenen, processen te optimaliseren en de impact op de natuur te minimaliseren. De papierindustrie is daar al tientallen jaren op vrijwillige basis mee bezig, en is daardoor een erg ‘schone’ industrie.

Indien u interesse hebt in de productie van papier nodigen we u graag uit op één van onze papieropleidingen. Daarbij gaan we uitgebreid in op dit onderwerp. 

In het productieproces moeten we een onderscheid maken tussen pulpproductie en papierproductie. In Scandinavische landen spreekt men vaak van geïntegreerde papierproductie. Daar worden pulpfabrieken m.a.w. vaak gecombineerd met papierfabrieken, en wordt de benodigde energie volledig of gedeeltelijk opgewekt uit afvalstromen van de houtverwerking en de pulpproductie. De fabrieken VIDA PAPER en IGGESUND in Zweden zijn daarvan goede voorbeelden. Deze fabrieken functioneren volledig op biomassa, zonder enige toevoeging van fossiele brandstof. Ze leveren zelfs stroom aan naburige bedrijven en gezinnen.

Chloor is lang een ‘hot issue’ geweest binnen de papierproductie. Chloor werd traditioneel gebruikt als efficiënt bleekmiddel tijdens de pulpproductie. Chloor heeft echter het nadeel dat het in zijn elementaire, enkelvoudige vorm (monochloorgas) aanleiding geeft tot de productie van dioxineachtige verbindingen die kankerverwekkend zijn. De papierindustrie was één van de eersten om het gebruik van chloor naar de geschiedenisboeken te verwijzen. Papier is dus altijd ofwel ECF (elementary chlorine free) of TCF (totally chlorine free).

Papierfabrieken controleren hun productieproces zeer sterk, zowel vanuit ecologisch als vanuit economisch perspectief. Daartoe onderschrijven ze milieuzorgsystemen zoals bv. ISO 14001 en EMAS. Deze beschrijven eerst en vooral hoe een bedrijf zijn emissies moet bepalen. Vervolgens geven ze ook aan op welke punten er gewerkt kan worden aan continue verbetering. Het is net die continue verbetering die vitaal is voor het behoud van bv. het EMAS-certificaat. Milieuzorgsystemen zijn m.a.w. procesgericht en bieden een leidraad voor de industrie zelf. Ze omvatten echter geen specifieke garanties voor consumenten zoals bv. bosbeheercertificaten dat wel doen.